Geld lenen aan familie: wanneer moet je het aangeven bij de Belastingdienst en hoe voorkom je erfbelastingproblemen

Je hebt je dochter vijftienduizend euro geleend voor haar eerste huis. Er lag een mondelinge afspraak, jullie vertrouwen elkaar blindelings en ze betaalt keurig terug. Prima toch? Totdat je overlijdt en de Belastingdienst bij de erfbelastingaangifte vraagt: waar is de schriftelijke overeenkomst? Bestaat die niet, dan kan die lening zomaar worden omgeklasseerd als een schenking, met alle fiscale gevolgen van dien. In dit artikel lees je wat de Belastingdienst verwacht, wanneer je iets moet aangeven en hoe je erfbelastingproblemen voorkomt.
Is het een lening of toch een schenking?
De Belastingdienst hanteert drie kenmerken om te bepalen of er sprake is van een echte lening. Ten eerste moet er een terugbetalingsverplichting zijn: de ontvanger moet het geld daadwerkelijk terugbetalen. Ten tweede moet er rente worden afgesproken, in elk geval bij leningen tussen ouders en kinderen. Ten derde moet de afspraak schriftelijk zijn vastgelegd. Ontbreekt een van deze drie, dan loopt je het risico dat de fiscus de lening aanmerkt als een (deels) belaste schenking.
Dat is geen theorie. Stel dat ouders hun zoon twintigduizend euro geven zonder papieren, zonder rente en zonder concrete terugbetalingsafspraak. Als die ouders later overlijden, kan de inspecteur stellen dat het geld allang geschonken was en de erfbelasting dienovereenkomstig vaststellen, óók als de zoon stellig volhoudt dat hij het nog zou terugbetalen.
De renteplicht: wat is een zakelijk percentage?
Bij familieleningen tussen ouders en kinderen geldt dat de rente zakelijk moet zijn. De Belastingdienst vergelijkt de afgesproken rente met wat een bank bij vergelijkbare omstandigheden zou rekenen. Er is geen vaste minimumrente vastgelegd in de wet, maar de fiscus verwacht wel een reëel percentage dat past bij de marktomstandigheden en de looptijd van de lening.
Leen je geld renteloos, of tegen een symbolisch percentage van nul komma iets procent, dan ziet de Belastingdienst het rentevoordeel als een jaarlijkse schenking. Die jaarlijkse ‘schenking’ telt dan mee voor de schenkingsvrijstellingen en, als je niet oppast, voor de driejaarstermijn bij erfbelasting. Vraag je een reëel percentage, zeg drie tot vijf procent afhankelijk van de looptijd en het risico, dan is dat risico beheersbaar.
Stel een leningsovereenkomst op
Een handdruk volstaat niet. Een goede schuldbekentenis of leningsovereenkomst bevat minimaal de volgende elementen:
- Het geleende bedrag en de valutadatum (wanneer het geld is overgemaakt).
- De looptijd van de lening.
- Het aflossingsschema, bijvoorbeeld maandelijks of jaarlijks een vast bedrag.
- Het rentepercentage en de wijze van berekening.
- Wat er gebeurt bij betalingsverzuim.
- Eventueel onderpand, zoals een tweede hypotheek, als het om grotere bedragen gaat.
Je hoeft hier geen notaris voor in te schakelen, al kan dat bij grote bedragen verstandig zijn. Een ondertekend document met datum, namen en handtekeningen van beide partijen is in de meeste gevallen voldoende. Bewaar het op een plek waar het ook na jouw overlijden teruggevonden wordt, bijvoorbeeld bij je testament of in een kluis.
Box 3: hoe geef je de lening aan?
Een familielening heeft fiscale gevolgen voor beide partijen in box 3, het inkomen uit sparen en beleggen. De uitlener, zeg de vader die geld heeft uitgeleend, geeft de openstaande vordering op als bezitting. De lener, de dochter die het geld heeft ontvangen, geeft de schuld op als aftrekpost in box 3.
Bepalend is de situatie op 1 januari van het belastingjaar. Heeft de lening op die datum nog een saldo van tienduizend euro, dan telt dat bedrag mee in de grondslag van de uitlener en mag de lener hetzelfde bedrag aftrekken. In box 3 wordt de lening dus niet dubbel belast, want de vordering en de schuld heffen elkaar bij elkaar opgeteld op. Maar vergeet de aangifte niet: ontdekt de Belastingdienst een niet aangegeven lening, dan kunnen er naheffingen en boetes volgen.
Rente in de aangifte: wanneer aftrekbaar, wanneer belast?
De rente die de lener betaalt, is in de meeste gevallen niet aftrekbaar. Er is maar één uitzondering die in de praktijk relevant is: als de lening is gebruikt voor de eigen woning en voldoet aan de strenge eisen van een eigenwoningschuld. Denk aan een annuïtaire of lineaire aflossing en de juiste registratie bij de Belastingdienst. Voldoet de lening hieraan, dan mag de lener de betaalde rente aftrekken in box 1, net als bij een gewone hypotheek.
Voor de uitlener geldt dat ontvangen rente niet apart wordt belast in box 1 of box 2. De vordering zit in box 3 en wordt belast op basis van de vermogensrendementsheffing, ongeacht hoeveel rente er daadwerkelijk binnenkomt. De ontvangen rente hoef je dus niet apart in te vullen, maar de vordering zelf wel.
Vier erfbelastingvalkuilen die je wilt vermijden
Als de uitlener overlijdt, wordt het echt spannend. Dit zijn de situaties waar het het vaakst misgaat.
De stilzwijgende kwijtschelding. Ouders hebben nooit actief afgelost geëist, de kinderen hebben nooit betaald, en jaren later zit er niets op papier. De Belastingdienst kan stellen dat de lening al lang informeel kwijtgescholden was en de hele som als een schenking beschouwen.
De lening die na overlijden als ‘al vergeven’ schuld opduikt. In het testament staat niets over de lening. De erfgenamen willen de schuld verrekenen met hun erfdeel, maar kunnen niet bewijzen dat het een echte schuld was. Zonder documentatie heeft de inspecteur het recht om die schuld buiten de nalatenschap te houden.
Overkreditering van de nalatenschap. De lening staat als schuld in de nalatenschap, maar de vordering is nooit aangegeven in box 3. Dat wekt argwaan en kan leiden tot een volledige controle.
Ontbreken van bewijs bij de aangifte erfbelasting. De aangifte erfbelasting moet binnen acht maanden na overlijden worden ingediend. Als er dan geen leningsovereenkomst is, wordt het heel lastig om de schuld aannemelijk te maken.
Kwijtschelding bewust regelen
Wil je de lening uiteindelijk toch kwijtschelden, doe dat dan bewust en op het goede moment. Elk jaar geldt er een schenkingsvrijstelling. Voor schenkingen van ouders aan kinderen is die vrijstelling in 2026 een paar duizend euro per jaar (controleer het actuele bedrag bij de Belastingdienst). Scheld je jaarlijks een deel van de lening kwijt tot dat vrijgestelde bedrag, dan betaalt je kind geen schenkbelasting.
Pas op voor de driejaarstermijn. Schenkingen die gedaan zijn in de drie jaar vóór overlijden, kunnen alsnog meetellen voor de erfbelasting. Doe je een grote kwijtschelding en overlijdt de uitlener kort daarna, dan kan dat dus nadelig uitpakken. Ruim op tijd plannen is dus geen overbodige luxe.
Checklist: acht actiepunten voor een bestaande familielening
Heb je al een lening lopen die nog niet goed op papier staat? Dan is nu het moment om dat te regelen. Loop deze acht punten na:
- Stap 1: Stel alsnog een schriftelijke leningsovereenkomst op, met terugwerkende kracht tot de datum van de eerste overboeking.
- Stap 2: Controleer of het rentepercentage zakelijk is en pas het aan als dat nodig is.
- Stap 3: Zorg dat er aantoonbaar afgelost wordt, bij voorkeur via bankoverschrijvingen zodat er een spoor is.
- Stap 4: Geef de vordering alsnog op in box 3 bij de uitlener en de schuld bij de lener, eventueel via een herziene aangifte.
- Stap 5: Controleer of de lening aan de eisen voldoet voor aftrek als eigenwoningschuld, en registreer haar zo nodig bij de Belastingdienst.
- Stap 6: Bespreek de lening met je notaris als je een testament laat opstellen, zodat er geen tegenstrijdige instructies in staan.
- Stap 7: Bewaar alle documenten op een toegankelijke plek en vertel je nabestaanden waar ze te vinden zijn.
- Stap 8: Evalueer de lening jaarlijks, zeker als je overweegt om (een deel ervan) kwijt te schelden als schenking.
Een schriftelijke overeenkomst, een reëel rentepercentage en de juiste aangifte in box 3: dat zijn de drie dingen die bepalen of jouw familielening fiscaal klopt. Ontbreekt een van die drie, dan loop je het risico dat de lening alsnog als schenking wordt aangemerkt. Een belastingadviseur of notaris kan de overeenkomst snel controleren. Dat kost een uur, maar voorkomt een naheffing die een stuk verder in je portemonnee snijdt.
